Dit artikel is verschenen in De Reiziger Nummer 1-2008 (januari 2008)
Auteur: Maarten Batenburg
De tramtreinen van de RijnGouwelijn rijden zonder veel uitval tussen Alphen aan de Rijn en Gouda. En mogelijk straks ook door de Breestraat in Leiden, ondanks verzet van fietsers en Leidse kiezers.
RijnGouwelijn: niet zó
In Leiden is momenteel geen discussie zo heftig als die over de RijnGouwelijn. Een van de discussiepartners daar is ROVER afdeling Leiden en omgeving. Hoewel ROVER doorgaans een warm voorstander is van rails, is de Leidse afdeling tegen een 'tramtrein' zoals die nu wordt gepland. Penningmeester Hans van Dam van de Leidse afdeling legt uit waarom.
Om te beginnen een korte uitleg van de plannen. De provincie Zuid-Holland wil de bestaande Light Rail verbinding op de gedecentraliseerde spoorlijn Gouda – Alphen a/d Rijn doortrekken via het hoofdspoor Alphen a/d Rijn – Leiden Lammenschans, waar ook de Intercity's blijven rijden. Vervolgens moet de lijn via de Leidse binnenstad uiteindelijk naar de kust gaan. Na de huidige treinhalte Lammenschans
rijden de 'tramtreinen' op straatniveau door de Leidse binnenstad naar het Centraal Station, met als voorlopig eindpunt het transferium aan de A44. Later wil men de lijn doortrekken naar de kustplaatsen Katwijk en Noordwijk. Tussen Leiden en Alphen a/d Rijn zouden de tramtreinen het bestaande NS-spoor moeten delen met de Intercity's naar Utrecht. Wie regelmatig langs station Gouda komt, kent de geelblauwe trams wel die daar regelmatig staan: dat is een langlopende proef als voorbode op de RijnGouwelijn (RGL).
De tramtreinen moeten over het hele traject elk kwartier gaan rijden, op het stadstraject aangevuld tot acht ritten per uur. Door ruimtegebrek is het huidige drukke busverkeer door de Breestraat (nu de hoofdas voor het OV) niet te combineren met de tramtrein. Het overgrote deel van de bussen zouden moeten verhuizen naar de route Hooigracht/Langegracht.
ROVER: vaak is tram beter, soms bus
Openbaar vervoer moet van hoge kwaliteit zijn. ROVER is altijd voor de oplossing met
de meeste meerwaarde voor de reiziger. Dat is immers onze achterban, en dus ons uitgangspunt
en ons referentiekader.
Doorgaans staat een tramverbinding hoger op de kwaliteitsladder dan een bus. Trams in binnensteden hebben veel voordelen, niet in de laatste plaats voor de reiziger. Naast alle bekende algemene argumenten voor een tram, speelt met name in binnensteden mee dat trams stiller en schoner zijn.
Maar in plaats van systeemeisen te stellen, kan Rover beter functionele eisen stellen. Dat kan er dus soms toe leiden dat een tram afvalt als onze voorkeursoplossing. Plaatselijke omstandigheden, niet alleen fysiek maar ook vervoerkundig, liggen aan deze keuze ten grondslag. Zo heeft ROVER zich (ook landelijk) al in 2001 tegen de RGL gekeerd.
Over het algemeen geldt:
Trams zijn snel: door vrije banen en weinig interactie met ander verkeer kan een tram
goed doorrijden
Trams zijn stil
Trams zijn aantrekkelijk: mensen reizen nu eenmaal liever met een spoorvoertuig dan een bus, wat zich vertaalt in een hoger reizigersaantal.
Trams zijn toekomstvast: Rails liggen redelijk vast op hun plaats, en bediening is in zekere
mate gegarandeerd.
Trams hebben een duidelijk spin-off effect: aanleg van infra is bruikbaar voor een algemene
kwaliteitsslag in de openbare ruimte.
Trams hebben een grote capaciteit
ROVER wil veilig, comfortabel, snel en betrouwbaar openbaar vervoer voor iedereen. Voor binnensteden betekent dat onder andere: centraal geplaatste haltes, een goede toegankelijkheid van halte en voertuig, snelle rechtstreekse verbindingen vanuit de buitenwijken, voldoende capaciteit en aantrekkelijke frequentie.
Daarnaast willen inwoners en winkeliers natuurlijk iets moois voor de deur. Een tram of lightrail voldoet vaak aan deze aspecten. Daarom is ROVER over het algemeen een warm voorstander van spoorse oplossingen.
Klinkt mooi: een integraal vervoersysteem door de regio en een enorme investering in het OV. Waarom is afdeling Leiden dan tegen de RijnGouwelijn?
Hans van Dam: "We zijn niet tegen trams in Leiden! We zijn tegen de huidige plannen van de provincie. Dat is trouwens niet louter het standpunt van de afdeling Leiden e.o. Ook het landelijk bestuur van ROVER keerde zich in 2001 tegen het concept van de RGL. Een ononderbroken railverbinding Gouda - kust is namelijk helemaal niet nodig. Het aantal reizigers dat van Gouda en zelfs Alphen a/d Rijn naar de
kust of zelfs de Leidse binnenstad wil is te verwaarlozen.
Nog een nadeel: zodra de tramtrein door de Breestraat rijdt, moet het intensieve busverkeer dat daar nu rijdt, verkassen. Terwijl dat busverkeer nu bijna alle wijken en omliggende gemeenten een directe
verbinding met de belangrijkste halte in de binnenstad biedt. En bovendien rechtstreekse verbindingen met de kust, die na de komst van de RGL een overstap gaan vergen. Daar kunnen we als reizigersvereniging onmogelijk voor zijn."
Hoe ziet het kostenplaatje eruit?
"Volgens berekeningen stijgt het tekort op de exploitatie van de RijnGouwelijn naar 6 miljoen euro per jaar. Maar de gedeputeerde heeft al gezegd dat het OV-budget niet vergroot zal worden; een motie dat het OV-niveau door de komst van de tramtrein niet omlaag mag, is zelfs verworpen. Onze enige conclusie is dat de stijgende gelden voor de RGL dan uit de algemene OV-pot komen, ten koste van de busexploitatie in de rest van de provincie. Dat zou een heel kwalijke zaak zijn."
En wat ligt in Leiden nu het gevoeligst?
"Het meest omstreden tracédeel bij politiek en bewoners is het spoor door de smalle Breestraat. Daar is noodgedwongen enkelspoor nodig. Dat betekent bij kleine verstoringen al een grote kans op olievlekwerking en oplopende vertragingen.
Bovendien is de capaciteit van het enkelspoor maar acht voertuigen per uur per richting: er is dus nu al geen restcapaciteit.
Leiderdorp, Zoetermeer en Den Haag is dan ook uitgesloten. Daarvoor is dubbelspoor noodzakelijk, en dat kan ruimtelijk alleen op de Hooigracht/Langegracht. Die moet dan wel autovrij worden – en dat kan."
Wordt de kwaliteit van het OV dan niet hoger met de RGL?
"Nee. De RijnGouwelijn zal de zeer gewenste verbetering van de belangrijke treinverbinding Leiden – Alphen - Woerden – Utrecht verhinderen. Vergeet niet dat Leiden het vijfde station is qua in- en uitstappers. Deze verbinding kan wel een hogere frequentie en betrouwbaarheid – dus meer dubbelspoor – gebruiken. Enkele nieuwe haltes, zoals Hazerswoude zijn mogelijk. Zo ontstaat een verbinding tussen het toekomstige Zuid-Hollandse Stedenbaan-netwerk en het Utrechtse Randstadspoor. Dat is pas doorkoppelen!"
Hoe zit het met de aantallen passagiers?
"Volgens de provincie gaan er 4.600 railpassagiers in- en uitstappen in de Breestraat, tegenover 7.000 in de huidige situatie met de bus. Minder mensen gaan dus de belangrijkste halte in het centrum gebruiken. Dat is toch niet wat we willen? Wel zal het totaal van de in- en uitstappers aan de rand van het kernwinkelgebied iets stijgen.
In 2002 ging men uit van 78.000 reizigers per dag over het gehele traject Gouda – kust; in 2007 was dat al verlaagd tot 50.000 per dag, en dat is vermoedelijk al te hoog gegrepen. Maar dat is kennelijk geen reden om nut en noodzaak van de hele RGL opnieuw te beoordelen, hoewel de Randstedelijke Rekenkamer kritisch is."
Route RGL in samenhang met hoofdspoor. Bron: Netwerkanalyse Zuidvleugel
En Katwijk en Noordwijk, gaan die erop vooruit?
"Voor het deel naar Katwijk en Noordwijk
is nog geen enkele concrete stap gezet. De beloofde doorkoppeling is nog mijlenver weg. Daarbij komt nog dat zeker Noordwijk geen kortere reistijden zal krijgen. Maar dan nog: wie wil er nou helemaal van Waddinxveen naar de Leidse binnenstad? Of van Katwijk naar Alphen? Het aantal reizigers dat met de tramtrein door het centrum reist is volgens de vervoersmodellen zeer laag. En zelfs de reizigers die vanuit het westen naar Leiden reizen stappen voor het overgrote deel uit bij Leiden CS. Het koppelen van de Goudse tak aan de westtak via de Leidse binnenstad is vanuit de reizigers gezien totaal overbodig."
Hebben jullie een beter voorstel?
"Een railverbinding kust – Leiden CS voor, met een overstap op een Stedenbaanachtig concept op de lijn Leiden - Utrecht is volgens ons een veel betere oplossing. Met een tram over de Hooi- en Langegracht naar Katwijk, Leiderdorp, Voorschoten, Zoetermeer en Den Haag of zelfs via Leidseveen en Ypenburg naar Delft. De gemeente en de regio Holland-Rijnland is het eens met deze visie. Zij bestempelen de route Hooi- en Langegracht als HOV-route, wat de mogelijkheid van bus en tram openhoudt.
Daar hebben veel meer reizigers profijt van. En het spoor naar Utrecht moet verbeterd worden. Leg haltes aan bij onder meer Hazerswoude. En laat de Light Rail tussen Gouda en Alphen als feeder aantakken op deze sterke hoofdlijn."
Lees verder op:
www.rover.nl/leiden
www.rijngouwelijn.nl
Laatst gewijzigd: 11 december 2007