Skip to main content

Op zoek naar de laatste trein van Albanië

Wie door Europa wil reizen met het OV ervaart veel hindernissen. Eén land spant daarbij de kroon: Albanië. Want of daar überhaupt nog treinen rijden, werd mij niet duidelijk. Informatie op internet is verouderd of tegenstrijdig, locals hebben geen idee. Een leuke zoektocht.

Editie 4 - 2022  |  Guus Puylaert

In de hoofdstad Tirana bemachtig ik een dienstregeling van de treindienst tussen Kashar – een dorpje tien kilometer buiten Tirana – en Durres. Daarin staat dat de trein om 8.40 vertrekt. Op het centrale busstation dirigeert een behulpzame studente me de volgende ochtend naar een overvolle bus, waar een conductrice me voor 70 lek (omgerekend 60 eurocent) een papieren ticket verkoopt. Na 40 minuten wenkt ze me dat we in Kashar zijn en nog voordat de bus stilstaat, zwaait de deur open. 

Verlaten station

De bus stroomt leeg. Studenten vertrekken naar hun scholen, oudere mannen lopen richting een industrieterrein. Maar van een (voormalig) treinstation ontbreekt elk spoor. Op aanwijzing van Google Maps loop ik het industrieterrein voorbij en steek via een loopbrug een snelweg over. Maar ook daar: geen treinstation. Wel zijn er een Andreaskruis en iets verderop een stoepje – het vroegere perron? In een pad van grind en zand is de afdruk zichtbaar van rails die hier ooit lagen. Op een verlaten container, die waarschijnlijk dienstdeed als kantoortje van nationale spoorwegmaatschappij Hekurudha Shqiptare (HSH), hangt een verouderde dienstregeling. 

Een groot bord kondigt renovatieplannen aan. Volgens het bord zou dat 912 dagen in beslag nemen. In afwachting daarvan besluit ik mijn reis voort te zetten naar de kustplaats Durres, het eindpunt van de voormalige lijn en het beginpunt van een trein naar de oostelijke industriestad Elbasan. Bij de loopbrug vraag ik een oudere man, die in de schaduw staat te wachten naast een grazende koe, de weg naar het regionale busstation. De man blijkt doof te zijn en gebaart me bij hem te blijven wachten. Niet veel later stopt er een bus. Na 10 minuten eindigt de rit op een groot stuk asfalt vol touringcars, minibusjes en door elkaar krioelende mensen. De dove man begeleidt me onverstoorbaar naar de touringcar naar Durres, weigert geld en maakt duidelijk dat ik snel moet instappen.

Sovjettrein

In Durres blijkt het treinstation op twee minuten lopen van de bushalte te liggen. Terwijl ik het station oploop zie ik een trein klaarstaan, die totaal onder de graffiti zit. Dat de trein gaat rijden lijkt uitgesloten, aangezien er geen enkele reiziger of spoormedewerker te vinden is. De T669-diesellocomotief werd nog geproduceerd door de ČKD in het voormalige Tsjecho-Slowakije. Na een rondje over het perron tref ik de Engelse reisagent Carl, die samen met zijn Albanese collega met hetzelfde doel naar het station is gekomen als ik. 

Carl praat met een spoormedewerker en zijn Albanese collega treedt op als tolk. Dit blijkt inderdaad de trein naar Elbasan te zijn. Sinds een paar weken rijdt deze trein niet meer dagelijks, maar nog maar één keer in het weekend – en vandaag is het woensdag. ‘Bij hoge uitzondering’ mogen we van de spoormedewerker de trein in om wat foto’s te maken. De bekleding van de stoeltjes ziet er relatief modern uit; de kapotte ramen tonen sporen van vandalisme. Carl probeert de Albanese spoormedewerker over te halen om de rit toch te maken; we leggen de man uit dat het verouderde materieel een toeristische attractie kan zijn. De man knikt beleefd, maar we moeten de trein wel snel verlaten. Ik pak dus maar de bus naar Pristina, de hoofdstad van Kosovo.