11
november
2018

Geen dieseltractie meer bij NS

NS-dieseltreinenthumb 07041909 van het type DM90 hebben eind 2017 voor het laatste gereden op twee trajecten waarvan ook de exploitatie in handen was van NS. Limburg kende in het verleden een groot aantal niet-geëlektrificeerde spoorlijnen zoals Heerlen-Kerkrade-Schin op Geul (Miljoenenlijntje), Maastricht-Visé-Luik en Heerlen-Herzogenrath-Aachen en tot op heden nog steeds niet onder de draad het baanvak Roermond-Venlo-Nijmegen. Hieronder een overzicht van de type dieseltreinen die in onze provincie rondreden.     

Eerste dieseltreinen reden in 1934

In 1934 introduceerden de Nederlandse Spoorwegen de dieselelektrische driewagentreinen DE3.(Mat 34). De gestroomlijnde vorm van de trein was in die tijd revolutionair. Dat geldt ook voor de kleurstelling; een lichtgrijze kleur in plaats van het gebruikelijke olijfgroen. Nieuw voor Nederland waren ook de automatische Scharfenbergkoppelingen. Hierdoor konden de treinstellen snel worden aan- en afgekoppeld. Van dit materieeltype zijn ook vijfwagentreinen gebouwd. Dit materieel reed, voordat Plan U zijn intrede deed, tussen Roermond en Nijmegen.

De Blauwe Engel

Vanaf 1953 werden de dieselelektrische treinstellen gebouwd door de Rotterdamse fabrikant van spoorwegmateriaal Allan. De uiteinden van deze trein zijn afgeleid van de elektrische variant; mat '46. Het materieel kwam in een lichtblauwe kleur met oranje biezen en voorzien van vleugels onder de cabineramen op de baan en kreeg derhalve reeds in 1954 de bijnaam "Blauwe Engel". In de jaren zestig werden ze gereviseerd en in de toen voor dieselmaterieel gebruikelijke kleur rood geschilderd. Van de Blauwe Engel bestonden twee versies; de DE1 en de DE2. In 1979 werden de eerste motorrijtuigen (DE1 )buiten dienst gesteld en gesloopt. Het DE1 en DE2 materieel heeft o.a. gereden op de trajecten Heerlen-Kerkrade-Valkenburg, Maastricht-Luik, Maastricht-Aachen Hbf en vanaf het voorjaar van 1992 ook tussen Heerlen en Aachen Hbf. De  bekendste DE1-trein is de Kameel; de voormalige trein van de NS-directie. De Kameel dankte zijn naam aan twee uitstulpingen op het dak; uitstulpingen waarin de cabine was ondergebracht.

DE3 (Plan U)

Werkspoor in Utrecht bouwde deze dieselelektrische driewagetreinstellen tussen 1960 en 1963.Omdat deze treinen voor hun indienststelling in een rode kleur werden gespoten, rood werd de standaard kleur voor  dieseltreinen, kregen ze de bijnaam “Rode Duivels. De DE3 vervoerde reizigers op belangrijke en qua passagiersaantallen drukke trajecten die nog niet geëlektrificeerd waren, zoals bijvoorbeeld tussen Dordrecht - Geldermalsen en tussen Nijmegen en Roermond. Nadat de DE3-en in 2003 buitendienst waren gesteld zijn er zes stellen aan de Slowaakse spoorwegmaatschappij BRKS verkocht. Het was ook de bedoeling een aantal treinen aan Roemenië te slijten. Tot een verkoop is het nooit gekomen; dit in tegenstelling tot de Wadloper.

De Wadloper

Tussen 1981 en 1983 werden door Waggonfabrik Uerdingen AG ten behoeve de dienstuitvoering op de niet geëlektrificeerde spoorlijnen in het noorden van Nederland dieselhydraulische treinen besteld. Van deze treinen, die de toepasselijke naam Wadloper meekregen, werden 19 motorrijtuigen en 31 tweedelige treinstellen gebouwd. Zoals bekend heeft dit materieeltype, tot afgrijzen van veel reizigers, vanaf december 2006 –tot de komst van de GTW’s- ook nog op de Maaslijn gereden. De reden dat er Wadlopers in plaats van Buffels op de Maaslijn werden ingezet reden was gelegen in het feit dat de kwalitatieve betere Buffel, waarover zo meer, alleen maar voor de periode van 10 jaar door Veolia kon worden geleased. Momenteel tuffen de Wadlopers rond in Polen, Tsjechië, Roemenië en Argentinië.

De Buffel

Tussen 1996 en 1998 zijn de DM90-treinstellen gebouwd door Talbot in Aken. Deze treinen gingen rijden op een groot deel van de niet-geëlektrificeerde spoorlijnen in het land waarvan de exploitatie in handen was van NS. In de periode hierna werd een groot deel van deze trajecten openbaar aanbesteed, waarbij in de meeste gevallen de dienstuitvoering en het materieel naar de nieuwe vervoerders ging. Een ander deel van de DM90-vloot verschoof tijdelijk naar een aantal stoptreindiensten op volledig geëlektrificeerde trajecten. DM90 heeft in Limburg gereden op de trajecten Nijmegen-Roermond en Heerlen-Aachen Hbf. DM90-treinstellen zijn verkocht aan het Roemeense bedrijf Ferotrans, dat al eerder enkele Wadlopers van de NS heeft overgenomen. Treinstel 3426 wordt voorlopig in Blerick gestationeerd om later in het Spoorwegmuseum te worden tentoongesteld. Met de overgang van de treindiensten Zwolle-Kampen en Zwolle-Enschede van NS op Syntus is begin december 2017 een einde gekomen aan de inzet van de Buffel en is gelijktijdig een einde gekomen aan de inzet van dieseltreinen bij NS. 

Ter completering van het verhaal over de dieseltreinen in Limburg mag niet onvermeld blijven dat vanaf december 2006 gedurende een periode van 10 jaar twee- en driewagenstellen (type GTW) van het Franse vervoerbedrijf Veolia de treindienst tussen Nijmegen en Roermond onderhield. Deze treinstellen, eigendom van de provincie Limburg, zijn met de gunning van de concessie in 2016 naar Arriva overgegaan. Vanaf 9 december is de Maaslijn het laatste baanvak in Limburg waar (voorlopig) dieseltreinen blijven rijden. Want zoals bekend rijden op 8 december de dieseltreintjes van de Euregiobahn voor het laatst tussen Heerlen en Herzogenrath om een dag later plaats te maken voor de elektrische treinen van Arriva die dan bovendien doorrijden naar Aachen Hbf.

Categories: Rover-Limburg

Plaats een reactie

U plaatst een reactie als gast U kunt hieronder inloggen