Defensie wil oude treinstellen voor vervoer van gewonde militairen
Defensie
wil tientallen treinstellen aanschaffen om ze om te bouwen tot zogeheten gewondentreinen: rijdende hospitaals voor het vervoer van gewonde militairen. Hierdoor moet Nederland bij een grootschalig militair optreden in staat zijn om slachtoffers te kunnen verplaatsen vanaf het front naar het achtergebied. De huidige inzet van ambulances, helikopters en transportvliegtuigen biedt daarvoor onvoldoende capaciteit. Spoorvervoer geldt als relatief veilig en biedt schaalvoordelen bij grootschalige inzet, wat de overlevingskans van gewonde militairen kan vergroten.
De treinstellen moeten geschikt worden gemaakt voor inzet op het spoor in verschillende landen en ook op diesel kunnen rijden. Het streven is om zo snel mogelijk over de extra capaciteit te beschikken. Gewonde, zieke en tijdelijk gestabiliseerde patiënten dienen snel over grote afstanden te worden vervoerd om op veilige locaties aanvullende specialistische zorg te kunnen krijgen.
De gewondentreinen moeten onder andere technisch geschikt zijn om overal in Europa te kunnen rijden. Tevens moeten de treinen onafhankelijk van het stroomnet kunnen opereren. Betrouwbare stroomvoorziening is in een grootschalig conflict lastig te garanderen. De gewondentreinen moeten daarom geschikt zijn om zowel op stroom als op diesel te kunnen rijden.
Om met deze treinen te kunnen rijden moet ook de spoorinfra worden verbeterd, hierbij valt te denken aan de IJzeren Rijn(3RX) voor de verbinding tussen Duitsland via Nederland naar België. Hiervoor moet het zuidelijk gedeelte van de Maaslijn verdubbeld worden.
Een tweede manier om de verbinding Duitsland via Nederland naar België te realiseren is door het spoor tussen Haanrade en Landgraaf te verdubbelen. De treinen kunnen dan via de Heuvellandlijn naar Maastricht, als de spoorbrug in Maastricht weer in gebruik wordt genomen kunnen deze treinen via Hasselt naar Brussel en Antwerpen.
