
Rover-Amsterdam: 30 km/u in de stad zet vooral OV op de rem
Steeds meer gemeenten overwegen de invoering van 30 km/u binnen de bebouwde kom. Rover steunt maatregelen voor verkeersveiligheid, maar waarschuwt na observaties in Amsterdam dat dit niet ten koste mag gaan van het openbaar vervoer.
De praktijk in Amsterdam, waar het beleid eind 2023 op grote schaal is ingevoerd, laat zien dat bussen aanzienlijk langer onderweg zijn; zo kost een rit van Amstelveen naar het Leidseplein reizigers inmiddels meer dan vijf minuten extra reistijd. Dit lijkt op het eerste gezicht beperkt, maar de cumulatieve gevolgen zijn groot.
Inkorten lijnen
Omdat ritten langer duren, zijn er simpelweg meer voertuigen en chauffeurs nodig om dezelfde frequentie te kunnen blijven bieden. In een tijd van grote personeelstekorten is die extra capaciteit er vaak niet, wat in de hoofdstad al heeft geleid tot het inkorten van lijnen en het verlagen van de frequenties bij zowel Connexxion als het GVB.
Auto rijdt nog steeds door
Een ander knelpunt is de verslechtering van de concurrentiepositie van de bus ten opzichte van de auto. Terwijl de bus zich strikt aan de vertraagde dienstregeling moet houden, rijden veel automobilisten in de praktijk nog steeds 50 km/u of harder. Hierdoor wordt de duurzame keuze voor het OV minder aantrekkelijk omdat de reis langer duurt.
Mitigerende maatregelen compenseren onvoldoende
In Amsterdam werd het 30 km-plan goedgekeurd door de gemeenteraad onder de voorwaarde dat er maatregelen zouden komen voor een betere doorstroming, maar van deze zogenaamde mitigerende maatregelen is tot op heden bijna niets gerealiseerd. Op aandringen van de RAR is er inmiddels wel een plan door de Vervoerregio gemaakt, maar dit wordt slechts mondjesmaat uitgevoerd. Het OV staat dus 2 jaar na de invoering van 30 km nog steeds op flinke achterstand.
Rover Amsterdam adviseert daarom om busroutes op de hoofdinfrastructuur standaard op 50 km/u te houden, zeker wanneer er vrijliggende fietspaden aanwezig zijn. Mocht een gemeente toch kiezen voor een snelheidsverlaging op een belangrijke busroute, dan moeten er keiharde garanties komen voor doorstromingsmaatregelen — zoals extra prioriteit bij verkeerslichten of vrije banen — die al operationeel moeten zijn voordat de 30 km-maatregel ingaat. Hoe meer bussen op een 30km route, hoe groter dit belang. Een doorrekening op financiële effectenvoor het OV (in Amsterdam miljoenen euros) kan ook heel verhelderend werken.
